Home

Levensloopafspraken in ruim helft CAO's.

 

In 41 van 70 onderzochte collectieve arbeidsovereenkomsten (CAO’s) die in 2005 zijn afgesloten, zijn afspraken opgenomen over een levensloopregeling. In 17 daarvan gaat het om dusdanig concrete afspraken dat per 1 januari 2006 een invulling aan de levensloopregeling wordt gegeven. In 11 van deze 17 akkoorden is ook afgesproken dat de werkgever een financiële bijdrage aan de regeling zal leveren. Deze bijdrage loopt uiteen van 0,8 procent tot 3,5 procent.

Dit staat in de Najaarsrapportage over de CAO-afspraken voor 2005 die door minister De Geus van Sociale Zaken en Werkgelegenheid naar de Tweede Kamer is gestuurd.

Naast de 17 akkoorden met concrete afspraken zijn er 10 met afspraken die er op zijn gericht om op of rond 1 januari 2006 een levensloopregeling nader in te kunnen vullen. In 10 andere akkoorden is afgesproken om voor de invoering van een levensloopregeling eerst een studie te verrichten. Tot slot zijn er 4 akkoorden waarin de levensloopregeling in het algemeen wordt genoemd of waarin is afgesproken om nader overleg over de invoering van een levensloopregeling te voeren.

Uit de Najaarsrapportage blijkt verder dat in 23 van de 70 onderzochte CAO’s de loondoorbetaling in de eerste twee ziektejaren kleiner of gelijk is aan 170 procent van het jaarloon (het maximum zoals afgesproken in het najaarsakkoord van 2004). Bij 22 CAO’s kan de loondoorbetaling over twee ziektejaren uitkomen boven de 170 procent indien de werknemer zich voldoende inzet om weer aan het werk te gaan. In 25 akkoorden is de doorbetaling zonder meer hoger dan 170 procent. Onder deze 25 akkoorden bevinden zich 19 akkoorden waarbij al een prikkel in het eerste ziektejaar is afgesproken in de vorm van loondoorbetaling van minder dan 100 procent na de eerste (meestal) zes maanden van ziekte.

Wat betreft de loonstijgingen laat de Najaarsrapportage opnieuw een gematigd beeld zien. Over 2005 stijgen de lonen tot nu toe met gemiddeld 0,7 procent (op jaarbasis), vrijwel gelijk aan vorig jaar (0,9 procent).

Uit analyse van 80 akkoorden waarvoor gegevens over de contractlonen voor 2005 bekend zijn, blijkt verder dat er veel variatie zit in de loonontwikkeling, maar dat van ruim 60 procent van de werknemers het loon met 1 procent of minder stijgt.

In de Najaarsrapportage 2005 is verder bij de 125 grootste CAO’s (5,5 miljoen werknemers) gekeken naar afspraken op het gebied van ‘employability’ (bredere inzetbaarheid) van het personeel. Vrijwel alle CAO’s kennen afspraken over scholing, scholingsverlof en – in iets mindere mate – motiverend beloningsbeleid om brede inzetbaarheid te realiseren. Meestal zijn de scholingsafspraken functiegericht, maar 24 van de onderzochte CAO’s hebben ook afspraken over algemene scholing. In 10 CAO’s komen afspraken voor over de erkenning van zogeheten elders verworven competenties (kennis en ervaring die buiten het onderwijs zijn opgedaan).

 

Bron: Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

Terug naar Nieuwscategorie Personeelszaken

| Algemene voorwaarden | Privacy statement | Disclaimer | ©2006 Regicon B.V.